WAIS-IV-NL Informatie

Bij Informatie beantwoord je mondeling vragen over algemene feiten. De subtest laat zien welke kennis door leren en ervaring is verworven, bewaard en op het juiste moment teruggehaald.

Bij Informatie beantwoord je vragen over algemene feiten

Bij de WAIS-IV-NL-subtest Informatie beantwoordt de deelnemer mondeling vragen over algemene feiten rond gebeurtenissen, voorwerpen, plaatsen en personen. De taak vraagt niet om uit de vraag een nieuwe regel af te leiden, maar om de breedte van beschikbare algemene kennis te gebruiken.

Informatie is samen met Woordenschat en Overeenkomsten een kernsubtest van de Verbaal Begrip Index (VBI).

Algemene kennis moet worden verworven, bewaard en teruggehaald

Tussen informatie tegenkomen en een feit mondeling kunnen beantwoorden liggen drie processen:

  • Verwerven — met informatie in aanraking komen en die als betekenisvolle kennis opnemen
  • Bewaren — de verworven kennis over langere tijd beschikbaar houden
  • Terughalen — de kennis vinden die bij de vraag past en die als antwoord formuleren

Informatie die iemand ooit heeft gezien maar niet heeft onthouden, op het moment van de vraag niet kan oproepen of niet als antwoord kan formuleren, komt in de prestatie niet op dezelfde manier naar voren als direct beschikbare kennis. Verwerven, bewaren en terughalen krijgen geen afzonderlijke subtestscores; het gezamenlijke resultaat verschijnt in één score op Informatie.

Onderwijs, lezen, cultuur en interesses vormen het bereik van algemene kennis

Algemene kennis ontstaat niet alleen op school. Lezen, werk, hobby's, nieuws en gesprekken bepalen door de jaren heen met welke feiten iemand in aanraking komt. Blootstelling aan geschreven taal hangt ook samen met de breedte van algemene kennis.

Interesses sturen welke onderwerpen iemand volgt, verder uitzoekt en onthoudt. Daardoor kan iemand zeer veel van één vakgebied weten zonder op alle gebieden een even brede algemene kennis te hebben.

Ook taal, cultuur, onderwijs en tijdsperiode bepalen welke feiten algemeen bekend zijn en hoe toegankelijk vragen zijn. Informatie moet daarom worden gelezen binnen de Nederlandstalige WAIS-IV-NL, de gebruikte leeftijdsnorm en de achtergrond waartegen iemand kennis heeft kunnen verwerven. Een verschil in blootstelling is niet hetzelfde als een verschil in het vermogen om uit nieuwe informatie te redeneren.

Wat een hogere of lagere score op Informatie kan laten zien

Bij een hogere score kon iemand vergeleken met leeftijdsgenoten algemene feiten uit verschillende gebieden breed bewaren en op het gevraagde moment als antwoord terughalen. Eerdere leer- en informatie-ervaring is als bruikbare kennis beschikbaar.

Bij een lagere score was het bereik van de feiten die tijdens deze subtest konden worden teruggehaald kleiner ten opzichte van dezelfde leeftijdsgroep. Om de taakvoorwaarde te begrijpen, kijk je naar de informatie waarmee iemand door onderwijs, lezen, werk en interesses in aanraking kwam, de aansluiting tussen die ervaring en de gevraagde kennis, het langdurig bewaren, het terughalen bij de vraag en de mondelinge antwoordstap.

Vergelijk Informatie vervolgens met Woordenschat en Overeenkomsten binnen hetzelfde profiel. Zo zie je of algemene feitenkennis relatief hoger of lager ligt dan de nauwkeurigheid van woordbetekenissen of het verbaal abstraheren met bekende begrippen. De volledige leesvolgorde staat in een WAIS-resultaat lezen.

Het verschil met Woordenschat en Overeenkomsten

Informatie, Woordenschat en Overeenkomsten gebruiken alle drie verworven taal- en betekeniskennis. Het verschil zit in wat er met die kennis moet gebeuren.

SubtestDirecte taakProces dat centraal staat
InformatieEen vraag over een algemeen feit beantwoordenAlgemene kennis verwerven, bewaren en terughalen
WoordenschatDe betekenis van één woord uitleggenWoordkennis oproepen, betekenis precies afbakenen en als definitie verwoorden
OvereenkomstenDe overeenkomst tussen twee woorden uitleggenBegrippen vergelijken, een gemeenschappelijke relatie vormen en verbaal abstraheren

Ligt Informatie hoger dan Woordenschat, dan is feitenkennis opslaan en terughalen relatief sterker dan één woordbetekenis precies definiëren. Ligt Informatie hoger dan Overeenkomsten, dan is bekende informatie terughalen relatief sterker dan twee betekenissen vergelijken en tot een gemeenschappelijk concept vormen.

BrainTypeIQ meet de precisie en toepassing van woordkennis met andere taken

Binnen de 9 onderdelen van BrainTypeIQ bestaat Gc uit woordenschat met antoniemen en verbale analogieën. Deze taken vragen niet rechtstreeks hoeveel algemene feiten iemand kent. Ze kijken hoe precies opgebouwde woordkennis wordt onderscheiden en hoe die kennis in een relatiepatroon wordt gebruikt.

Bij woordenschat met antoniemen wordt het woord met de tegengestelde betekenis gekozen zonder zich door een synoniem of oppervlakkige associatie te laten leiden. Bij verbale analogieën wordt de relatie in een voorbeeldpaar herkend en op een ander woordpaar toegepast.

BrainTypeIQ laat zo zien hoe taal- en betekeniskennis wordt gebruikt, maar levert geen gelijkwaardige of uitwisselbare score voor WAIS-IV-NL Informatie. De taken beantwoorden een andere vraag dan het mondeling terughalen van algemene feiten.

Gerelateerde artikelen

Kenmerken van lager verbaal begripWAIS-IV-NL BegrijpenWat is FSIQ?Hoe BrainTypeIQ werktDe negen onderdelen en vijf cognitieve domeinen van BrainTypeIQ

Meet uw IQ en de verschillen binnen uw cognitieve profiel

Met deze online IQ-test van ongeveer 30 minuten en 9 onderdelen kunt u uw totale IQ-score en uw breintyperapport bekijken.

Start de IQ-test gratis
← Terug naar de kennisbank