Bij Informatie beantwoord je vragen over algemene feiten
Bij de WAIS-IV-NL-subtest Informatie beantwoord je mondeling vragen over algemene kennis die je in de loop van je leven hebt opgedaan, bijvoorbeeld rond gebeurtenissen, voorwerpen, plaatsen en personen. Je ontdekt geen nieuwe regel in de vraag, maar laat zien hoe breed je feitenkennis over verschillende gebieden is en welke kennis je bij een vraag kunt ophalen.
Informatie is samen met Woordenschat en Overeenkomsten een kernsubtest van de Verbaal Begrip Index (VBI).
Wat de score op Informatie laat zien
Bij een hogere score lukt het relatief goed om feiten uit uiteenlopende gebieden langdurig te bewaren en de kennis die bij een vraag past als antwoord op te halen. Wanneer je met een nieuw onderwerp in aanraking komt, helpt deze basis om snel de context te begrijpen en onbekende inhoud aan bekende informatie te koppelen.
Bij een lagere score is het bereik van de algemene kennis die je tijdens de subtest kon ophalen kleiner dan bij leeftijdsgenoten. Dat kan betekenen dat je met minder van deze informatie in aanraking bent gekomen, dat de kennis niet langdurig is blijven hangen of dat het passende feit op dat moment niet kon worden opgehaald.
Lezen, onderwijs, werk, hobby's en nieuws bepalen door de jaren heen welke informatie je tegenkomt. Expertise in één vakgebied kan daardoor samengaan met een minder hoge score voor algemene kennis over uiteenlopende gebieden.
Ligt Informatie duidelijk lager dan Woordenschat, dan begrijp je woordbetekenissen mogelijk relatief goed, terwijl het meer moeite kost om bij uiteenlopende onderwerpen de nodige achtergrondkennis op te halen. Je begrijpt dan bijvoorbeeld de woorden in een tekst, maar hebt meer tijd nodig om het geheel te volgen wanneer de achtergrondkennis over het onderwerp ontbreekt. Hoe je dit binnen het volledige resultaat leest, staat in een WAIS-resultaat lezen.
Het verschil met Woordenschat en Overeenkomsten
Informatie, Woordenschat en Overeenkomsten gebruiken alle drie verworven woorden en betekeniskennis. Ze verschillen in het antwoord dat je met die kennis moet geven.
| Subtest | Direct gevraagd | Verwerking die centraal staat |
|---|---|---|
| Informatie | Een vraag over een algemeen feit beantwoorden | Algemene kennis verwerven, bewaren en ophalen |
| Woordenschat | De betekenis van één woord uitleggen | Woordkennis ophalen, betekenis nauwkeurig afbakenen en als definitie verwoorden |
| Overeenkomsten | Uitleggen wat twee woorden gemeen hebben | De gemeenschappelijke kern onder een overkoepelend begrip brengen |
Ligt Informatie duidelijk hoger dan Overeenkomsten, dan lukt het mogelijk gemakkelijker om verworven feiten op te halen dan om uit meerdere stukken inhoud een gemeenschappelijke kern te halen.
BrainTypeIQ heeft geen onderdeel dat algemene feiten rechtstreeks bevraagt
De negen onderdelen van BrainTypeIQ bevatten geen onderdeel dat rechtstreeks meet hoeveel algemene feiten je kent. Bij woordenschat onderscheid je woordbetekenissen zo nauwkeurig mogelijk; bij verbale analogieën pas je een relatie tussen woorden toe op een ander paar. Beide gaan over gekristalliseerde intelligentie, maar gebruiken kennis op een andere manier dan Informatie van de WAIS-IV-NL.