Wat je bij de woordenschattest doet
Je krijgt een woord te zien en kiest uit meerdere opties het woord met de tegengestelde betekenis: het antoniem.
Een illustratief voorbeeld buiten de test: bij een woord als ‘vochtig’ kunnen er antwoordopties staan die met weer, warmte of droogte te maken hebben. Je moet niet het woord kiezen dat alleen met hetzelfde onderwerp samenhangt, maar het woord waarvan de betekenis precies de andere kant op wijst.
De taak vraagt dus om meer dan alleen bekendheid met een woord. Je moet de betekenis heel precies begrijpen en herkennen welk woord er echt tegenovergesteld aan is. Daarmee kijkt de test niet alleen naar de breedte van je woordenschat, maar ook naar hoe nauwkeurig je verschillen in betekenis kunt herkennen.
Welke vaardigheid de woordenschattest meet
Woordenschat is binnen de vijf domeinen van BrainTypeIQ een van de onderdelen voor Gc, gekristalliseerde intelligentie.
Gekristalliseerde intelligentie is het vermogen om kennis die je door leren en ervaring hebt opgebouwd te gebruiken voor begrip en beoordeling. Woordenschat is daar een belangrijk onderdeel van: hoe nauwkeuriger je woorden kunt hanteren, hoe makkelijker je ook teksten en begrippen met die woorden begrijpt.
- Woordenschat (antoniemen) kijkt hoe nauwkeurig je woordbetekenissen van elkaar onderscheidt
- Het andere Gc-onderdeel, verbale analogieën, kijkt naar relationeel redeneren met woorden
Binnen hetzelfde Gc-domein richt woordenschat zich op de betekenis van de woorden zelf, terwijl analogieën zich richten op de relatie tussen die woorden.
Lees meer over het hele domein: Gekristalliseerde intelligentie (Gc)
Wat een hogere woordenschatscore laat zien
Bij een hogere woordenschatscore kun je fijne verschillen tussen woordbetekenissen makkelijker herkennen.
Je onderscheidt bijvoorbeeld eerder het verschil tussen uitstellen en afzeggen, of tussen aanpassen en wennen. In een abstracte tekst kun je de context beter volgen doordat je de precieze betekenis van de woorden kent. Ook nieuwe begrippen verbind je makkelijker met kennis die je al hebt.
Woordenschat wordt gevormd door onderwijs, lezen, gesprekken, werk en de vakgebieden waarmee je in aanraking bent gekomen. De score weerspiegelt daarom niet alleen een snelle ingeving, maar vooral de taalervaring die je door de jaren heen hebt opgebouwd.
Waardoor een woordenschatscore lager kan uitvallen
De score weerspiegelt welke woorden en betekenissen je tot nu toe bent tegengekomen. Verschillen kunnen onder meer ontstaan door:
- Verschil in taalervaring — Lezen, gesprekken, werk en studie bepalen welke woorden je vaker tegenkomt
- De abstractie van een woord — Concrete woorden kunnen duidelijk zijn, terwijl abstracte of formele woorden moeilijker te onderscheiden zijn
- Een specialistische woordenschat — Binnen één vakgebied kun je veel woorden kennen, terwijl algemene abstracte woorden minder sterk in de score terugkomen
Woordenschat hoort bij een ander domein dan Gf en Gv. Wie minder op woordkennis kan terugvallen, kan juist sterker zijn in het ontdekken van nieuwe regels of het bewerken van figuren. Door de score naast matrixredeneren, weegschaallogica en papier vouwen te leggen, zie je welke domeinen relatief hoger of lager uitvallen.
Met BrainTypeIQ doe je negen onderdelen. Daarna zie je je totale IQ en je cognitieve profiel op basis van vijf domeinen.
Lees daarna verder: Hoe lees je een IQ-profiel?