WAIS-IV-NL Overeenkomsten

Bij Overeenkomsten leg je in eigen woorden uit welk gemeenschappelijk begrip twee woorden verbindt. De subtest laat conceptualiseren, abstraheren en verbaal formuleren samen zien.

Bij Overeenkomsten leg je uit wat twee woorden gemeen hebben

Bij de WAIS-IV-NL-subtest Overeenkomsten worden twee woorden aangeboden. De deelnemer antwoordt in eigen woorden welk kenmerk of begrip beide woorden met elkaar verbindt. Het gaat niet om alleen één woord beschrijven of een gebeurtenis noemen waarin beide voorkomen, maar om een overkoepelend concept dat beide betekenissen omvat.

Overeenkomsten is samen met Woordenschat en Informatie een kernsubtest van de Verbaal Begrip Index (VBI). De prestatie hangt niet alleen af van het kennen van de woorden. Ook het vergelijken van de betekenissen, het kiezen van de wezenlijke overeenkomst en het kort formuleren daarvan spelen mee.

Van een concrete overeenkomst naar een abstract gemeenschappelijk concept

Twee begrippen kunnen dezelfde vorm, gebruikssituatie, functie of bovenliggende categorie delen. Overeenkomsten vraagt om de relatie die de centrale betekenis van beide begrippen het best samenvat, niet alleen om een toevallig gedeeld kenmerk.

Neem als voorbeeld dat geen testitem is: een routeplanner en een reisplanner voor het openbaar vervoer. ‘Je gebruikt ze allebei op een telefoon’ noemt een oppervlakkige overeenkomst. ‘Het zijn hulpmiddelen om informatie over een route naar een bestemming te vinden’ brengt hun centrale functie onder één concept.

De taak vraagt zo om beide woordbetekenissen op te roepen, eigenschappen en relaties te vergelijken en de overeenkomst compact te formuleren. Dat is een vorm van verbale abstractie: uit twee bekende begrippen wordt een gedeelde structuur gehaald. Veel abstracte woorden of een lang antwoord zijn niet op zichzelf het doel; de gekozen formulering moet beide begrippen daadwerkelijk verbinden.

Wat een hogere of lagere score op Overeenkomsten kan laten zien

Bij een hogere score lukt het relatief goed om uit afzonderlijke voorbeelden de wezenlijke overeenkomst te halen en die als een begrijpelijk, overkoepelend concept te formuleren.

Bij een lagere score blijven antwoorden eerder bij een afzonderlijk kenmerk of een gebruikssituatie, of lukt het minder goed om twee betekenissen in één hoger begrip samen te brengen. Soms is de overeenkomst wel aangevoeld, maar vormt het kort onder woorden brengen ervan de belastende stap.

Vergelijk Overeenkomsten met de andere VBI-kernsubtests om de taakvoorwaarde preciezer te vinden:

  • ligt Overeenkomsten duidelijk lager dan Woordenschat, dan lijkt het vergelijken en opbouwen van een gemeenschappelijk concept zwaarder dan afzonderlijke woordbetekenissen oproepen
  • liggen Overeenkomsten en Woordenschat allebei lager, dan kan het nauwkeurig oproepen en formuleren van woordbetekenissen in beide taken meespelen
  • ligt Overeenkomsten duidelijk lager dan Informatie, dan lijkt het herordenen van bekende betekenissen tot een nieuwe relatie zwaarder dan verworven feiten terughalen

De volledige leesvolgorde van indexen, subtests en taakvoorwaarden staat in een WAIS-resultaat lezen.

Het verschil met Woordenschat en Informatie

Overeenkomsten, Woordenschat en Informatie gebruiken alle drie verworven taal- en betekeniskennis. Ze vragen er iets anders mee te doen.

SubtestDirecte taakProces dat centraal staat
OvereenkomstenDe overeenkomst tussen twee woorden uitleggenBegrippen vergelijken, een gemeenschappelijke relatie vormen en verbaal abstraheren
WoordenschatDe betekenis van één woord uitleggenWoordkennis oproepen, betekenis nauwkeurig afbakenen en verwoorden
InformatieEen vraag over een algemeen feit beantwoordenVerworven algemene kennis terughalen

Samen laten ze binnen verbaal begrip en gekristalliseerde intelligentie (Gc) het verschil zien tussen wat iemand weet en hoe bekende betekenissen worden vergeleken en opnieuw geordend.

Overeenkomsten en verbale analogieën in BrainTypeIQ meten niet hetzelfde

Verbale analogieën van BrainTypeIQ vraagt om de relatie in een voorbeeldpaar te herkennen en vervolgens uit antwoordopties het andere woordpaar met dezelfde relatie te kiezen. Met Overeenkomsten deelt deze taak dat betekenissen niet los, maar in onderlinge samenhang worden verwerkt.

TaakAanbodAntwoordvorm
WAIS-IV-NL OvereenkomstenEén paar woordenHet gemeenschappelijke concept zelf mondeling formuleren
Verbale analogieën in BrainTypeIQEen voorbeeldpaar en meerdere antwoordoptiesHet woordpaar met de overeenkomstige relatie kiezen

BrainTypeIQ beperkt met de keuzevorm de belasting van het zelf formuleren van een zin en legt meer nadruk op een relatiepatroon herkennen en op een ander paar toepassen. Dat maakt het een verwante, maar geen gelijkwaardige of uitwisselbare meting van WAIS-IV-NL Overeenkomsten.

Gerelateerde artikelen

Kenmerken van lager verbaal begripWAIS-IV-NL BegrijpenWat is FSIQ?Hoe BrainTypeIQ werktDe negen onderdelen en vijf cognitieve domeinen van BrainTypeIQ

Meet uw IQ en de verschillen binnen uw cognitieve profiel

Met deze online IQ-test van ongeveer 30 minuten en 9 onderdelen kunt u uw totale IQ-score en uw breintyperapport bekijken.

Start de IQ-test gratis
← Terug naar de kennisbank