Hoge vaardigheden en moeilijkheden kunnen elkaar verbergen
Dubbel bijzonder, ook wel 2E of ‘twice-exceptional’ genoemd, beschrijft mensen bij wie hoge cognitieve vaardigheden of een bijzonder talent samengaan met moeilijkheden door bijvoorbeeld een ontwikkelings- of leerstoornis. Het is geen afzonderlijke medische diagnose, maar een manier om zowel sterke kanten als ondersteuningsbehoeften in beeld te brengen.
Een veelgebruikte definitie van 2E beperkt hoge vaardigheden niet tot een hoog algemeen IQ. Ook talent of creativiteit op een specifiek gebied, zoals wiskunde, wetenschap of kunst, kan eronder vallen. 2E blijft gemakkelijk onopgemerkt doordat de twee kanten elkaar op verschillende manieren kunnen verbergen.
| Hoe 2E over het hoofd wordt gezien | Wat er werkelijk gebeurt |
|---|---|
| Hoge vaardigheden verbergen moeilijkheden | Met redeneren, woordenschat, kennis of veel inspanning blijft het resultaat gemiddeld of goed. Als je alleen naar de uitkomst kijkt, vallen problemen met lezen, schrijven of aandacht niet op |
| Moeilijkheden verbergen hoge vaardigheden | Problemen met lezen, schrijven, output, indienen of tijdsdruk verlagen de resultaten, waardoor ook begrip of een bijzonder talent wordt onderschat |
| Sterke en zwakke prestaties vallen tegen elkaar weg | Hoge en lage prestaties leveren samen een gemiddelde uitkomst op, waardoor iemand noch uitdagend onderwijs noch passende ondersteuning krijgt |
Moeilijke opdrachten kunnen lukken terwijl je vastloopt bij lezen, schrijven, uitvoeren of dagelijks functioneren
De schijnbare tegenstrijdigheid bij 2E ontstaat doordat een moeilijke inhoudelijke opdracht en een alledaagse taak niet precies dezelfde vaardigheden vragen.
Op school kan iemand een ingewikkeld probleem oplossen maar huiswerk niet inleveren, of de lesstof begrijpen maar weinig punten halen op een toets met veel schrijfwerk. Op het werk kan iemand geavanceerde analyses of ontwerpen maken en toch opdrachten niet afronden door het beheren van meerdere dossiers, terugkerende invoer of het afstemmen van afspraken.
Een gemiddeld of goed resultaat kan verbergen dat lezen of schrijven ver achterblijft bij het begrip, dat het buitensporig veel tijd kost om dat resultaat te behouden of dat de uitvoering zonder ondersteuning plotseling inzakt. Iets intellectueel begrijpen en het in een veranderende dagelijkse omgeving stabiel uitvoeren zijn niet hetzelfde. Concrete verschillen op het werk staan in waarom je met een hoog IQ toch moeite kunt hebben met werk.
2E wordt niet bepaald door één IQ-profiel of een vaste grens
Er is geen vast WAIS- of WISC-profiel voor 2E. Ook een FSIQ van 130 of hoger is geen algemene voorwaarde. Hoog verbaal begrip of redeneervermogen naast een lager werkgeheugen of lagere verwerkingssnelheid is één mogelijk voorbeeld. Er zijn ook mensen met een bijzonder talent op één gebied of met zulke grote verschillen tussen vaardigheden dat totaal IQ niet uitzonderlijk hoog uitvalt. Verschillen die kunnen samenhangen met bijkomende moeilijkheden staan in het cognitieve profiel bij ADHD en het cognitieve profiel bij autisme.
Totaal IQ vat het algemene cognitieve niveau samen. Hoge vaardigheden en aanhoudende moeilijkheden kunnen daarnaast zichtbaar worden in:
- IQ-resultaten, prestaties op een specifiek gebied of werkstukken die een hoge vaardigheid laten zien
- aanhoudende moeilijkheden met lezen, schrijven, leren, uitvoeren of dagelijks functioneren
- de ontwikkeling in onderwijs en werk, en het verschil tussen prestaties met en zonder ondersteuning
Bij een groot verschil tussen redeneerindexen en werkgeheugen of verwerkingssnelheid kan het verschil tussen GAI en CPI helpen om de verhouding tussen begrip en redeneren enerzijds en vasthouden en verwerken binnen de tijd anderzijds inzichtelijk te maken. Het centrale punt bij 2E is niet het scoreverschil zelf, maar dat een hoge vaardigheid en een belemmering om die vaardigheid te gebruiken tegelijk bestaan.
Bied tegelijk uitdaging op hoog niveau en ondersteuning bij de moeilijke stappen
Wacht bij 2E niet met uitdagende opdrachten totdat de vaardigheden die moeite kosten een gemiddeld niveau hebben bereikt. Bied tegelijk opdrachten die bij de hoge vaardigheid passen en ondersteuning of instructie voor de stap die moeite kost.
| Moeilijke stap | Combinatie van uitdaging en ondersteuning |
|---|---|
| Lezen, schrijven en antwoorden | Geef via voorleessoftware, typen of spraakinvoer toegang tot inhoud op hoog niveau en werk daarnaast afzonderlijk aan de nodige lees- of schrijfvaardigheid |
| Informatie vasthouden en uitvoeren | Leg instructies schriftelijk vast en maak stappen, prioriteiten, tussendeadlines en afrondingscriteria zichtbaar |
| Binnen de tijd verwerken | Geef extra tijd en verminder de hoeveelheid bekende herhaling, terwijl de moeilijkheid van de inhoud bij het vaardigheidsniveau blijft passen |
| Omgaan met verandering of de zintuiglijke omgeving | Maak wijzigingen, rollen en ongeschreven regels expliciet en zorg voor een omgeving waarin concentratie mogelijk is |
Je kunt aanpassingen gebruiken en tegelijk werken aan de vaardigheden die nodig zijn voor lezen, schrijven en uitvoeren. Stel leren op hoog niveau niet uit tot die vaardigheden verder zijn ontwikkeld. Laat onderzoekend leren, creatief werk of een specialistische rol doorgaan en bied tegelijkertijd de nodige ondersteuning en instructie.
Het doel is niet om alle scores even hoog te maken. Het doel is dat iemand opdrachten krijgt die bij de hoge vaardigheden passen en ondanks de moeilijkheden kan blijven leren, werken en dagelijkse activiteiten uitvoeren.