Werkgeheugen houdt informatie vast terwijl je die gebruikt
Werkgeheugen is het vermogen om benodigde informatie korte tijd vast te houden en die tijdens het denken te ordenen, bewerken of bijwerken.
Tijdens het lezen houd je het onderwerp en de voorwaarden uit het eerste deel van een zin vast om ze met het vervolg te verbinden. Bij hoofdrekenen bewaar je de oorspronkelijke getallen en tussenuitkomsten terwijl je de volgende berekening uitvoert.
Benodigde informatie beschikbaar houden heet vasthouden. De volgorde veranderen of de informatie in een berekening gebruiken heet bewerken. Verouderde informatie vervangen door wat je nu nodig hebt heet bijwerken. Bij hoofdrekenen volgen deze processen elkaar op; bij het nazeggen van cijfers in dezelfde volgorde ligt het zwaartepunt op vasthouden.
Het gaat dus niet alleen om onthouden, maar vooral om de bewaarde informatie tijdens het denken te gebruiken. Het verschil tussen kortetermijngeheugen en werkgeheugen wordt afzonderlijk uitgelegd.
Situaties waarin de belasting van het werkgeheugen zichtbaar wordt
| Situatie | Informatie die je vasthoudt en gebruikt |
|---|---|
| Lezen | Eerder genoemde onderwerpen, verwijzingen en voorwaarden met de huidige zin verbinden |
| Gesprek | De uitspraak van de ander en de voorwaarden van een vraag bewaren terwijl je een antwoord opbouwt |
| Hoofdrekenen en redeneren | Getallen, uitgangspunten en tussenuitkomsten bewaren en bijwerken |
| Werk met meerdere stappen | Bijhouden waar je bent, welke stap klaar is en welke voorwaarde hierna geldt |
De belasting stijgt wanneer je meer informatie tegelijk moet gebruiken, sterk gelijkende gegevens uit elkaar moet houden, tussendoor een andere bewerking uitvoert of details exact moet bewaren.
In omstandigheden waarin herhalen en bekende groeperingen weinig helpen, kunnen volwassenen ongeveer drie tot vijf informatie-eenheden (‘chunks’) tegelijk in het werkgeheugen vasthouden. De acht cijfers 04092026 nemen minder afzonderlijke plaatsen in het werkgeheugen in wanneer je ze herkent als de datum ‘4 september 2026’. Waar een lager werkgeheugen merkbaar wordt en hoe je informatie buiten je hoofd vastlegt, staat in de uitleg over een lagere score op werkgeheugen.
Auditief-verbaal en visueel-ruimtelijk werkgeheugen
Auditief-verbaal werkgeheugen houdt cijfers, woorden en instructies beschikbaar als een reeks klanken of taal. Je gebruikt het bijvoorbeeld om een telefoonnummer in gedachten te herhalen of de volgorde van mondelinge instructies te onthouden.
Visueel-ruimtelijk werkgeheugen houdt vormen, posities, richtingen en bewegingen beschikbaar als een indeling of beeld. Je gebruikt het om de plaats van een geparkeerde auto te onthouden of na het bekijken van een kaart een route te volgen.
Het verschil wordt niet alleen bepaald door de manier waarop informatie via je oren of ogen binnenkomt. Als je een getal op een scherm in gedachten uitspreekt, gebruik je de auditief-verbale kant. Als je een mondeling beschreven route als kaart voor je ziet, gebruik je de visueel-ruimtelijke kant.
Daardoor kunnen mondelinge stappen moeilijk vast te houden zijn terwijl dezelfde informatie als schema of indeling wel houvast geeft. Omgekeerd kunnen ruimtelijke posities gemakkelijker te hanteren zijn wanneer je ze in woorden omzet.
De WgI van de WAIS-IV-NL gebruikt vooral auditief-verbale en numerieke informatie
In de huidige WAIS-IV-NL wordt de Werkgeheugen Index (WgI) berekend uit de kernsubtests Cijferreeksen en Rekenen. Cijfers en Letters Nazeggen is voor de leeftijden 16:0 tot en met 69:11 een aanvullende subtest.
| Subtest | Positie | Verwerking die centraal staat |
|---|---|---|
| Cijferreeksen | Kernsubtest | Gehoorde cijfers en hun volgorde vasthouden en in de gevraagde volgorde weergeven |
| Rekenen | Kernsubtest | De voorwaarden en tussenuitkomsten van een mondelinge opgave bewaren terwijl je rekent |
| Cijfers en Letters Nazeggen | Aanvullende subtest | Een reeks cijfers en letters bewaren, groeperen en in de afgesproken volgorde zetten |
De verschillen tussen voorwaarts nazeggen, achterwaarts nazeggen en sorteren staan in de uitleg over Cijferreeksen. De belasting van het groeperen van cijfers en letters staat in de uitleg over Cijfers en Letters Nazeggen.
De WgI gebruikt vooral mondeling aangeboden cijfer- en taalinformatie en legt daarmee veel nadruk op auditief-verbaal en numeriek werkgeheugen. Taken die vormen, posities, richtingen of beweging rechtstreeks vasthouden en bewerken, maken geen deel uit van deze index.
BrainTypeIQ berekent de Gwm-score uit geheugen voor hoofdrekenen, waarbij je tijdens het rekenen antwoorden en hun volgorde bewaart, en geheugen in omgekeerde volgorde, waarbij je oplichtende posities achterstevoren terugtikt. Zo worden numerieke verwerking en visueel-ruimtelijke reeksbewerking in twee verschillende taken gemeten.