Bij ADHD ligt het werkgeheugen gemiddeld iets lager
Bij ADHD zijn de prestaties op taken die een beroep doen op het werkgeheugen gemiddeld lager. Dat is zowel bij kinderen als bij volwassenen gevonden. Het werkgeheugen houdt informatie korte tijd vast terwijl je die informatie gebruikt voor de volgende denkstap.
Het verschil in de Werkgeheugen Index (WgI; internationaal WMI) van de WAIS en WISC is echter klein en het groepsgemiddelde ligt nog steeds in het gemiddelde bereik. Een gemiddelde of bovengemiddelde WgI bij één persoon kan dus samengaan met ADHD en dagelijkse moeilijkheden. De precieze gemiddelden en het bredere IQ-profiel staan in ADHD en IQ.
In het dagelijks leven verdwijnt meestal niet de kennis die je al hebt geleerd. Er valt informatie weg die je op dat moment gebruikt, zoals wat je nu gaat doen, de laatste instructie of de tussenstand van een taak. De belasting ontstaat wanneer je informatie moet blijven vasthouden terwijl je doorgaat naar de volgende stap.
Als je aandacht verschuift, kunnen het doel, je huidige positie en de volgende handeling wegvallen
Tijdens een taak houd je bij waarom je iets doet, tot waar je bent gekomen en wat je hierna gaat doen.
Als je aandacht verschuift naar een melding, een geluid, ander werk dat je aandacht trekt of een gedachte, raak je gemakkelijker kwijt waar je mee bezig was. Kun je het doel of de tussenstand bij terugkomst niet meteen oproepen, dan moet je het scherm of document opnieuw bekijken en reconstrueren wat je aan het doen was.
Afleiding vergroot daardoor niet alleen de tijd waarin je niet aan de taak werkt, maar ook de extra tijd en moeite die iedere hervatting kost. Na een korte reactie lees je hetzelfde document opnieuw, of je opent een andere tab en keert niet meer terug naar de oorspronkelijke taak.
‘Vergeetachtig’ kan bij ADHD op drie verschillende momenten iets anders betekenen.
| Wat wegvalt | Veelvoorkomende situatie | Wat er gebeurt |
|---|---|---|
| Zojuist ontvangen informatie | Meerdere instructies, een gesprek, hoofdrekenen | Terwijl je naar het vervolg luistert of een antwoord formuleert, kun je een eerdere voorwaarde niet vasthouden |
| Het onderbroken doel | Een melding beantwoorden, een andere taak, meerdere taken tegelijk | Bij terugkomst zijn het doel, de laatst voltooide stap en de volgende handeling niet direct beschikbaar |
| Een toekomstig voornemen | Iets meenemen, contact opnemen, indienen, een afspraak | De bedoeling om iets later te doen wordt niet op het juiste moment of op de juiste plaats opgeroepen |
Bij een toekomstig voornemen speelt ook prospectief geheugen mee: een bedoeling op het juiste moment weer oproepen. Verklaar vergeetachtigheid daarom niet alleen met één WgI-score. Als je onderscheid maakt tussen wat op welk moment wegvalt, wordt duidelijker welke aanpassing nodig is.
Zet informatie neer waar je haar nodig hebt, zodat je ook na een onderbreking kunt terugkeren
De kern is dat je de informatie vanuit je omgeving kunt herstellen als ze uit je werkgeheugen valt. Zet daarom niet alleen afspraken, maar ook de informatie die nodig is om een taak te hervatten buiten je hoofd.
| Situatie waarin de belasting oploopt | Informatie buiten je hoofd plaatsen |
|---|---|
| Meerdere mondelinge instructies | Ontvang opdracht, voorwaarden en deadline ook schriftelijk en verdeel ze in uitvoerbare eenheden |
| Onderbreking tijdens het werk | Noteer vóór je weggaat in één regel het doel, de laatst voltooide stap en de volgende handeling |
| Iets later moeten doen | Laat de melding verschijnen op een tijd en plaats waarop je kunt handelen en noem één handeling, zoals ‘stuur het document’ |
| Spullen meenemen | Kies een vaste plek die je op weg naar buiten passeert |
| Meerdere taken | Gebruik één vaste takenlijst en maak zichtbaar welke taken je uitvoert, welke wachten en welke klaar zijn |
Met alleen de notitie ‘offerte’ moet je bij het hervatten de inhoud opnieuw opbouwen. Met ‘hoeveelheden tot en met de laatste kolom ingevuld; hierna regel 3 van de prijslijst overnemen’ kun je vanuit die ene zin weer verdergaan.
Als je steeds meer notitieplekken en apps toevoegt, moet je uiteindelijk onthouden waar je moet kijken. Beperk daarom het aantal plaatsen waar je informatie bewaart: afspraken in de agenda, taken op één lijst en spullen op hun vaste plaats.
Het doel van externaliseren is niet om het werkgeheugen zelf sterker te maken. Je vermindert wat je moet vasthouden en zorgt dat je het doel en je positie vanuit de omgeving kunt herstellen. Aanpassingen die niet specifiek voor ADHD zijn en de betekenis van werkgeheugentraining staan in kenmerken van een lager werkgeheugen. Het onderscheid tussen beginnen, onderbreken, hervatten en afronden staat in waarom werk niet opschiet hoewel je het begrijpt.