Wat betekent het als je verbaal of non-verbaal sterker bent?
Of je verbaal of non-verbaal sterker bent, hangt af van welke taken binnen je eigen profiel relatief gemakkelijker gaan: taken met taal of taken met vormen, posities en visuele regels.
- Relatief verbaal sterker — je begrijpt woordbetekenissen, haalt kennis op, vat gemeenschappelijke begrippen samen en legt gedachten in woorden uit
- Relatief non-verbaal sterker — je ontleedt en reconstrueert vormen, verwerkt richting en onderlinge positie en ontdekt regels in visuele patronen
‘Sterker’ kan zowel een hoog niveau ten opzichte van leeftijdsgenoten als een relatieve kracht ten opzichte van je andere vaardigheden betekenen. De WAIS wijst geen vast ‘verbaal type’ of ‘non-verbaal type’ toe. Je leest het verschil uit de indexen en subtests.
Kenmerken van een relatieve verbale kracht
De kern van een verbale kracht is niet hoeveel je praat of hoe snel je leest, maar dat je woordenschat, kennis en begrippen gebruikt om iets te begrijpen en uit te leggen.
- Uit meerdere voorbeelden een overeenkomst halen en die in één zin samenvatten
- Een vage term definiëren en zo een verschil in interpretatie verkleinen
- Eerder geleerde kennis verbinden met een actueel probleem
- De reden en volgorde van een beslissing verwoorden en daardoor een ontbrekende voorwaarde herkennen
In werk en studie zie je dit bijvoorbeeld wanneer je uit een lang document de hoofdpunten haalt, ingewikkelde inhoud in een heldere volgorde uitlegt of een figuur of demonstratie verduidelijkt door namen en voorwaarden toe te voegen. Meer over de onderliggende vaardigheid staat bij verbaal begrip en verworven kennis (Gc).
Kenmerken van een relatieve non-verbale kracht
De kern van een non-verbale kracht is dat je de structuur van vormen en posities behoudt en relaties in visueel materiaal herkent.
- Een complete vorm in delen ontleden en bedenken hoe die weer wordt opgebouwd
- Een tekening met een voorwerp, een plattegrond met een ruimte of twee aanzichten met elkaar verbinden
- Hiërarchie en groepen herkennen in de plaatsing op een scherm of pagina
- Een regel ontdekken in veranderingen in een grafiek of reeks figuren
Aan de non-verbale kant speelt visueel-ruimtelijke verwerking (Gv) mee bij vormen, richtingen en plaatsing. Fluïde redeneren (Gf) speelt mee bij het ontdekken van onbekende relaties en regels. De een kan vooral sterk zijn in vormen en posities, de ander vooral in het vinden van regels. Daarom hangt de precieze inhoud van een non-verbale kracht ook af van de afzonderlijke subtests.
Zo lees je het verschil in een WAIS-resultaat
In de WAIS-III gaven Verbaal IQ (VIQ) en Performaal IQ (PIQ) een brede aanwijzing voor de verbale en non-verbale kant. In de huidige WAIS-IV-NL zijn dat vooral de Verbaal Begrip Index (VBI) en de Perceptueel Redeneren Index (PRI). In de Amerikaanse WAIS-5 zijn visueel-ruimtelijke verwerking en fluïde redeneren, die eerder samen in de PRI stonden, verdeeld over de Visual Spatial Index (VSI) en Fluid Reasoning Index (FRI). Meer over de wijziging tussen versies staat bij WAIS-IV en WAIS-5.
Lees in een WAIS-IV-NL-resultaat niet alleen het verschil tussen VBI en PRI. Bekijk ook of het verslag een significant verschil vermeldt, hoe vaak dat verschil in de normgroep voorkomt en of de subtests binnen iedere index hetzelfde patroon laten zien. Als Blokpatronen en Matrix Redeneren binnen de PRI uiteenlopen, kun je bijvoorbeeld verder onderscheiden of vormen en posities of juist het ontdekken van regels relatief sterker is. De opbouw van de indexen staat bij de betekenis van WAIS-indexen.
Gebruik de sterkere vorm tijdens werk en studie
Binnen hetzelfde werk zitten vaak zowel stappen waarin je voorwaarden via taal ordent als stappen waarin je de structuur via figuren of echte materialen controleert. Kijk daarom niet alleen naar de functienaam, maar naar de stap waarin begrip en uitvoering het gemakkelijkst verlopen.
| Stap | Een verbale kracht benutten | Een non-verbale kracht benutten |
|---|---|---|
| Invoer | Voorwaarden uit tekst, gesprek, definities en instructies halen | Structuur uit tekeningen, eindvoorbeelden, demonstraties en plaatsing halen |
| Ordening | Hoofdpunten, redenen en voorwaarden in tekst of een opsomming zetten | Relaties, volgorde en hiërarchie als figuur, tabel of indeling weergeven |
| Uitvoer | Een specificatie, uitleg, verslag of mondelinge toelichting maken | Een diagram, lay-out, procesplaat of model maken |
Is de relatie in een figuur moeilijk te volgen, zet die dan in woorden, bijvoorbeeld ‘als A toeneemt, neemt B af’. Blijft de structuur van een lange tekst onduidelijk, plaats voorwaarden en conclusie dan in twee kolommen. Gebruik de sterkere vorm als tussenstap en keer daarna terug naar de tekst, figuur of handeling die de taak uiteindelijk vraagt.
BrainTypeIQ laat verbaal begrip (Gc), visueel-ruimtelijke verwerking (Gv) en fluïde redeneren (Gf) afzonderlijk zien. Daardoor kun je preciezer bepalen in welk soort verwerking je vooral sterk bent.