Totaal IQ en het algemene niveau
Het totaal IQ is de samenvattende score van de negen onderdelen. De schaal heeft een gemiddelde van 100 en een standaarddeviatie van 15. Daarmee zie je waar het algemene niveau ligt.
Als de verschillen tussen de vijf domeinen groot zijn, maakt alleen het totaal IQ niet zichtbaar welke taakvormen gemakkelijker gaan en welke meer moeite kosten. Bij iemand met een hoge score voor verbaal begrip en een lagere verwerkingssnelheid komt de totaalscore bijvoorbeeld tussen beide domeinen in te liggen.
Je ziet eerst je totale IQ en je breintyperapport. Het gedetailleerde rapport bevat de vijf domeinen, negen onderdelen en GAI/CPI.
Bekijk na het totaal IQ het grootste verschil tussen de vijf domeinen en controleer vervolgens in de negen onderdelen waar dat verschil vandaan komt. Zo kun je verschillende profielen met hetzelfde totaal IQ uit elkaar houden.
De schaal voor het totale IQ wordt uitgelegd in de scoreberekening van BrainTypeIQ.
Wil je de weergegeven onderdelen naast deze uitleg bekijken, dan kun je het voorbeeldrapport openen.
Aan de vijf domeinen zie je bij welke soorten taken je sterk bent
In het vrijgespeelde deel van het rapport zie je vijf cognitieve vaardigheden naast het totaal IQ.
| Domein | Vaardigheid |
|---|---|
| Gc | Woordenschat en kennis gebruiken om te begrijpen, beslissen en formuleren |
| Gf | Relaties en regels vinden in een nieuw probleem |
| Gv | Vormen en ruimtelijke verhoudingen in gedachten hanteren |
| Gwm | Informatie tijdelijk vasthouden terwijl je ermee werkt |
| Gs | Visuele informatie snel beoordelen en nauwkeurig verwerken |
Hoe ronder de radargrafiek, hoe kleiner de verschillen tussen domeinen. Een puntigere vorm wijst op grotere verschillen. Door het hoogste en laagste domein te bekijken, zie je bij welke taakvormen de scores het sterkst uiteenlopen.
Domeinscores en onderdeelscores gebruiken een andere schaal
Het rapport bevat twee soorten scores.
- Domeinscore — IQ-schaal met gemiddelde 100 en standaarddeviatie 15
- Onderdeelscore — schaal met gemiddelde 50 en standaarddeviatie 10
Een domeinscore van 110 en een onderdeelscore van 55 liggen statistisch allebei iets boven het gemiddelde. Je kunt de grootte van de getallen niet rechtstreeks vergelijken. Wil je ze op dezelfde grondslag bekijken, vergelijk dan het percentiel van elke score.
De verdeling van de 9 onderdelen over de 5 domeinen staat in een apart artikel.
Wat ‘±4’ naast een domeinscore betekent
De aanduiding ‘±4’ naast iedere domeinscore herinnert eraan dat de uitslag geen volkomen vaststaand getal is. Dit betekent niet dat de meetfout voor ieder domein precies vier punten bedraagt. Ook een weergegeven score van 112 lees je als een schatting waarin enige meetvariatie zit, niet als één exact punt.
Een klein verschil zoals 108 tegenover 112 is daarom niet genoeg om een duidelijk sterk of zwak domein aan te wijzen. Zoek eerst het grootste verschil tussen domeinen en controleer daarna of dezelfde richting ook in de 9 onderdelen terugkomt.
Meer over meetfout en betrouwbaarheid staat in de betrouwbaarheidsanalyse van BrainTypeIQ.
De 9 onderdelen laten zien waar een domeinverschil vandaan komt
Bekijk na iedere domeinscore de onderdelen waaruit dat domein bestaat.
Ga na of de onderdelen binnen één domein beide dezelfde kant op wijzen of juist onderling verschillen. Is bijvoorbeeld maar één van de twee Gwm-onderdelen lager, kijk dan eerst naar de specifieke voorwaarden van dat onderdeel voordat je concludeert dat Gwm als geheel meer moeite kost.
Bij iemand die over de hele linie hoog scoort, kan het laagste onderdeel nog steeds bovengemiddeld zijn. Omgekeerd kan iemand met overwegend lagere scores één onderdeel hebben dat binnen het eigen profiel duidelijk hoger ligt. Lees een onderdeelscore daarom zowel ten opzichte van de vergelijkingsgroep als ten opzichte van de andere eigen scores.
GAI en CPI vergelijken
GAI combineert Gc, Gf en Gv. CPI combineert Gwm en Gs.
- GAI is hoger dan CPI — begrip, redeneren en visueel-ruimtelijke verwerking scoren hoger dan informatie vasthouden en snel verwerken
- CPI is hoger dan GAI — informatie vasthouden en snel verwerken scoren hoger dan begrip, redeneren en visueel-ruimtelijke verwerking
- Het verschil is klein — de twee groepen cognitieve vaardigheden liggen dicht bij elkaar
De vergelijking laat zien of iemand makkelijker punten behaalde met taken waarin een antwoord moet worden uitgedacht, of met taken waarin informatie moet worden vastgehouden en binnen de tijd verwerkt.
Meer uitleg staat in het verschil tussen GAI en CPI.
Het breintype als samenvatting van de scoreverhoudingen
Het breintype vat de verhoudingen tussen GAI/CPI, verbaal/non-verbaal en Gwm/Gs samen. Als je niet met de typenaam begint, maar eerst het totaal IQ, de 5 domeinen en de 9 onderdelen bekijkt, is duidelijk op welke scoreverhoudingen die classificatie is gebaseerd.
De 9 hoofdtypen en 27 profielen staan uitgelegd in de breintypen van BrainTypeIQ.
Van het rapport naar een volgende stap
Leg tot slot de scoreverschillen naast echte situaties in leren en werken.
- gebruik vaker taakvormen die een beroep doen op een hoog domein
- reserveer extra tijd en gebruik een vaste werkwijze of hulpmiddelen bij taken die een beroep doen op een lager scorend domein
- bepaal in welke dagelijkse situatie het grootste domeinverschil zichtbaar wordt
Is Gwm bijvoorbeeld lager, zet meerdere instructies dan als losse stappen op papier. Is Gs lager, reserveer dan meer tijd voor een werkstap waarbij je veel handelingen kort na elkaar moet uitvoeren. Het rapport wordt bruikbaar wanneer je niet bij de scores stopt, maar één concrete voorwaarde verandert.
Wat is een cognitief profiel? legt uit hoe je verschillen tussen vaardigheden verder verbindt met het dagelijks leven en werk.
Uitleg per patroon in het cognitieve profiel
Andere patronen vind je in het overzicht van cognitieve profielen.